Een oplettende lezer maakte mij erop attent dat het niet lukte om foto's te bekijken. Dat blijkt te kloppen, want de meegestuurde link in het vorige bericht was niet goed. Hier komt een nieuwe poging. Klik op deze blauwe tekst: rumperyd.weebly.com. Klik op 'more...' En dan op 'Canada 2015'. Dat moet lukken.
Translate
woensdag 17 juni 2015
zondag 14 juni 2015
Landschappen - 1
Kom je na een aantal zonnige dagen en veel "Aah" en "Ooooh" en "Adembenemend" uit de Rocky Mountains, op weg naar Mt Robson in een gebied dat stukken minder ruig is. Veel meer begroeiing, zowel in het dal als op de, ook minder steile, berghellingen. De boomgrens ligt hier beduidend hoger. Het regent steeds een beetje. Stiekem zeggen we tegen elkaar: 'Zijn we niet te veel verwend? Nee, vast niet, we vinden het in Rumperyd en Lochem ook nog altijd mooi.' Toch misschien wel een beetje geruststellend.
Mt Robson, de hoogte (3900 en nog wat) berg van Canada ligt op deze toch wat sombere dag met de top in de wolken. 'Gelukkig,' zegen we tegen elkaar, 'is dat bijna altijd het geval. Dus we missen niet echt iets.' Ja, zo praat je dan.
We rijden door naar Valemount, dal tussen de bergen. De zon begint weer wat te schijnen en voor ons ligt inderdaad een heel breed dal tussen bergen in de verte met toch ook weer sneeuw op de toppen. Ze lijken veel lager dan de Rocky Mountains, maar zijn dat niet echt. Op de Yellowhead Campground wijst de oude dame aan de balie ons op "Starrat Wildlife Sanctuary". Daar zijn twee vogeltorens, dus mooi voor nog een wandeling.
En dan gebeurt het: in het bosje naar de rietlanden, vinden we ineens een ondergroei zoals in Småland-voor-de-zure-regen. We staan bijna te dansen van opwinding bij grote plekken met bloeiende Linnéusklokjes, een Canadese kornoelje (groter dan de Zweedse), een soort dalkruid, verschillende soorten rondbladig wintergroen en een heel bijzondere Salomonszegel met pluimen aan de toppen van de stengels.
Maar daarmee was het nog niet afgelopen. In de rietlanden, die min of meer kunstmatig in stand zijn gehouden door indijking en door de aanleg van broed-eilandjes, ontdekken we binnen de kortste keren achttien verschillende vogelsoorten. De meeste nieuw voor ons. Er zitten er vast en zeker veel meer, maar dit was we op deze bijzondere middag konden behappen. Het terrein lijkt op het gebied bij Skillingaryd waar men, net als hier, van de natuurlijke begroeiing gebruik maakt om het afvalwater te zuiveren.
Nog even een paar van de vogels die daar ons hart sneller deden kloppen: Turkey Vulture, Cedar Waxwing (pestvogel), Yellowheaded en Redwing Blackbird (merelsoorten), Cinnamon-, Bluewinged en Greenwinged Teal (talingsoorten), American Wigeon (smient), Wood Duck (Carolina-eend). En dan "gewone" wilde eenden en meerkoeten.
Later op de Campground zag Eddie bij de rivier nog een Belted Kingfisher, een ijsvogeltje.... De spanning blijft, ook na de Rockies!
Plaatjes bij de praatjes - via een omweg
Om verschillende redenen lukt het me niet om foto's bij de teksten te plaatsen. Maar vanochtend werd ik wakker met een lumineus idee. Via een omweg, weebly.com, zijn er nu toch wat eerste plaatjes te zien. Ze staan ook op Facebook, maar niet iedereen "is daar op", dus voor degenen die toch wat illustraties willen zien: klik hier: Småbitar - Canada 2015. Dan moet het lukken....
zaterdag 13 juni 2015
Uitstapjes 9 - 11 juni
Banff is de hoogst gelegen plaats van Canada en dan ook nog in een schitterend gebied. Dat trekt natuurlijk toeristen, maar zoveel als er hier nu al zijn: dat belooft nog wat voor de zomer. We hebben het ervaren bij Moraine Lake, een van de (vrij) vele grote, turkooizen meren tussen de hoge bergen met sneeuw en gletsjers. Er waren zoveel mensen, bussen vol, m.n. Amerikanen en Japanners, dat we er snel weer weggevlucht zijn. Nog wel gezien dat het meer z'n naam dankt aan de vele zand- en steenlawines (morenen) die er langs zijn.
Emerald Lake (Yoho NP) met kanotocht
Bij Emerald Lake was het bij lange na niet zo druk, het ligt ook verder van Banff. Dus het was een verademing. Ook dit meer was turquoise, emerald, en lag prachtig. Er werden kano's verhuurd, dus we konden de verleiding niet weerstaan en hebben een uurtje rondgevaren (zonder kroonsteentjes) en van de stilte en de omgeving genoten vanuit een heel ander gezichtspunt.
We zijn niet zo arrogant dat alleen het grote wild, zoals elanden en beren, voor ons telt. Dus toen we op weg naar de kabelbaan die ons over berenland, de gezellige Ground Squirrels op het gras heen en weer renden, hebben we daar ook zeker naar gekeken. Maar daar waren we niet vroeg voor opgestaan,. Wel om eerst te ontbijten in de Lodge of The Ten Peaks en vervolgens met de skilift naar een hoogte van 2136 m te "varen" om beren te zien. Van beneden af zagen we ze trouwens al tegen de hellingen waar 's winters geskied wordt: grazen van de paardebloemen en het frisse gras. Toen we eenmaal naar boven werden gehesen hebben we in totaal zeven (7) verschillende grizzly's gezien,
zowel moeder met jong als alleengaanden. Bij de tweede keer naar boven, wat bij de prijs inbegrepen
was, zagen we vier stuks nog een keer. Twee leerden door voor ijsbeer, want die lagen te zonnen in de sneeuw.
zowel moeder met jong als alleengaanden. Bij de tweede keer naar boven, wat bij de prijs inbegrepen
was, zagen we vier stuks nog een keer. Twee leerden door voor ijsbeer, want die lagen te zonnen in de sneeuw.
Boven was er een steile wandeling naar een Wildlife Interpretive Centre dat op heel duidelijke en aantrekkelijke manier informatie gaf over de verschillende wilde dieren die hier voorkomen. Niet alleen de beren waren het aanzien meer dan waard, ook de bergen om ons heen. Weer een van de hoogtepunten op deze tocht.
De Bow Valley Parkway was ons een beetje tegengevallen (zo arrogant zijn we dan ook weer wel). Je rijdt wel erg veel tussen de bomen en we zagen alleen een paar elks (wapitiherten), geen beren. Bovendien was de weg tussen 20.00 en 8.00 uur, de beste tijd om te spotten, afgesloten om het wild in deze tijd van het jaar, terecht, rust te gunnen.
Op de Ice Field Parkway zeiden we vele keren tegen elkaar dat het zo schitterend, indrukwekkend, magnifiek, imposant, fantastisch was. Wat we ons ons heen zagen, valt ook nauwelijks te beschrijven, in elk geval niet door mij. En het lukt nog niet om, vanwege de zeer beperkte toegang tot internet, de plaatjes bij de praatjes te leveren. We zijn onderweg diverse keren gestopt om het landschap in ons op te nemen en vooral om niet steeds foto's te maken, want dan herinner je je later niets meer. Ook hier weer die machtige bergen, steeds anders van vorm en kleur, met ijs, sneeuw en water. Met weer turkooizen meren, zoals Waterfowl Lake, dat z'n naam eer aan deed, want er zwom zegge en schrijve één Bufflehead, een duikeend.
Na de bergwandeling bij Lake Louis kon er nog net één bij: naar Peyto Lake Viewpoint. Onderweg veel prachtige witte ranonkels, twee soorten, de een leek veel op wildemanskruid. Hoewel het hier ook aardig druk was, was het best te doen en hebben we het landschap goed in ons kunnen opnemen. Ja, weer bergen met ijs en sneeuw en een meer met turquoise water.... En weer schitterend.
Columbia Icefield and Glacier Skywalk
Een hele rustdag hebben we uitgetrokken voor het Icefield Centre en de gletsjertongen die hier naar beneden komen vanaf Columbia Icefield, 325 km2 groot. Natuurlijk mag je daar niet bovenop, maar om de mensen toch goed te informeren is er een mogelijkheid om met een bus de gletsjer op te gaan en daar rond te lopen. Dat hebben wij niet gedaan, want in Noorwegen (!) hebben we al eens een tocht gemaakt op Jostedalbren. Bovendien heb ik er wat moeite mee dat de gletsjer, die zich terugtrekt als iedere andere, "aangetast" wordt. Met bordjes is aangegeven waar de gletsjer lag in 1908, 1925 en 1935. Daaraan zie je dat ook toen al de gletsjers slonken.
Vanaf de parkeerplaats is Eddie nog wel naar het beginpunt van de Athabasca Glacier gelopen, waar onderzoek wordt gedaan.
Het was de hele dag wat wisselend bewolkt, ook toen we in de shuttle naar de Glacier Skywalk reden. Maar toen we bij deze gigantische constructie van cortenstaal, kabels en glas kwamen, begon de zon volop te schijnen. Prachtige vergezichten over bergen en gletsjers. Diep in het dal (300 meter onder ons) zag je hoe de snelstromende, licht grijs-groene Sunwapta River een U-vormig dal had uitgesleten, waarin veel watervallen op uitkwamen. Tegen de rotsen op zagen we een Mountain Goat, een klipgeit. Een oude Chinese man maakte ons erop attent, door steeds harder "geit" (zoiets als "tónjón") te zeggen in zijn eigen taal...
Canada is Noorwegen in het groot
Al bij ons eerste bezoek aan Noorwegen (1971) kwam Canada ter sprake: dat was Noorwegen in het groot. Zo raakte het op ons verlanglijstje en dit jaar testen we dus of die stelling waar is.
Ja, het klopt. Afgezien van het feit dat de bergen spitser en hoger en de dalen breder, de canyons dieper zijn, voelt het ook zo. We hebben geprobeerd het te omschrijven, maar dat lukt niet anders dan door wat vergelijkingen. Zoals dat de wegen langer en breder zijn, de bomen hoger, de plantengroei rijker. Het is de hele atmosfeer. Het is weids, groots. Het is hier ook schoner. Je ziet nergens afval, niet in de steden, niet langs de Highway. We willen Noorwegen hiermee absoluut niet tekort doen, het gaat hier alleen om het bewijzen van die eerste stelling.
Wel heb je hier om iedere bocht weer een nieuwe verrassing, net als in Noorwegen. En het woord spectaculair is ook zeker van toepassing, alleen dan in het kwadraat. Hoe vaak we niet tegen elkaar zeggen: 'Wat is dit toch mooi! Wat is het goed dat we dit doen!' Noorwegen staat hierna weer op ons lijstje....
Indrukwekkend
Dat woord, indrukwekkend, heb ik al eerder gebruikt en voor zover het zich laat aanzien, zal ik dat nog wel vaker doen. Het geldt voor veel hier, voor de woestijn, voor de kreken (de snelstromende bergriviertjes), de wetlands langs de rivieren, de brede rivierdalen met groengrijs erdoor slingerende kreken, voor de planten, de vogels, de mensen en voor dat het hier zo schoon is.
Maar soms, als ik een tijdje naar een berg met steile wanden, hoge punten en ijs, sneeuw en stromend water zit te kijken, raak ik echt geëmotioneerd. Uit die hoge, kale bergen spreekt zo duidelijk de kracht van de natuur, daar kan geen mens tegenop. Daar staat miljoenen jaren oud gesteente, waaraan je soms een beetje kunt zien hoe het gevormd is. Je ziet de horizontale lijnen van de lagen die op elkaar gestapeld zijn. De golvende, waar lagen opgedrukt zijn toen de aarde warm en in beweging was. En diagonale en verticale waar gletsjers en water hun werk hebben gedaan. Het eeuwige ijs, dat niet meer zo eeuwig is, maar waar nog steeds een enorme kracht van uitgaat. Je ziet de zand- en steenlawines, van toen en van nu. Ik realiseer me op zo'n moment heel sterk dat wij mensen kunnen doen wat we willen, maar dat de natuur het altijd van ons zal winnen. Dán voel ik me zó nietig en tegelijkertijd ook zó rijk dat we hiervan deel uitmaken.
Op het moment dat ik dit schrijf, zijn we nog niet halverwege onze reis en er zijn al heel wat indrukken gewekt. Iedere nacht goed slapen, wat we hier doen, maakt weer plaats voor nieuwe.
Uitstapjes 6 - 8 juni 2015
Hoog tussen twee bergmassieven, de Columbia Mountains en de Rocky Mountains, ligt dit gebouw met overzichtelijke informatie over de mensen die hier eind 19e eeuw de spoorweg bouwden. Inmiddels gaat die in een tunnel onder het gebouw door, maar zover waren ze toen niet. Er valt op deze sneeuwrijkste plek van het land in de winter ruim negen (9) meter sneeuw. Het gebouw wordt herhaaldelijk helemaal bedolven. Om de Highway 1 en waar nodig de spoorlijn sneeuwvrij te houden, zijn lawinewetenschappers ingeschakeld die met houwitzers van het leger de avalanches te lijf gaan. We weten nu trouwens ook hoe je je moet gedragen als je een beer tegenkomt, maar of we het ons nog herinneren op het moment suprême.....
Een van de dingen die op mijn "bucket list" (ja, zo heet dat tegenwoordig) stonden, zijn warme bronnen waarin je kunt zwemmen. De magie van de warmte uit het binnenste van de aarde, voorlopig de enige manier om zo dicht mogelijk bij vulkanisme te raken, boeit me. Daarom zijn we in Radium Hot Springs naar de baden geweest met een temperatuur van resp. 42 (een graad lager dan toen Hans en Heleen er waren...) en 29 graden. De buitentemperatuur was 35. Het was bijzonder en bijzonder lekker. Het water dat vanaf de oppervlakte diep in de aarde sijpelt, wordt daar opgewarmd en op de weg naar boven verrijkt met mineralen uit de gesteenten waar het langs stroomt. Verkwikkend!
Vanaf Redstreak Campground bij Radium Hotsprings heeft Eddie een rondje gelopen waar getoond werd hoe een bos zich weer herstelt na een brand. Ze nemen er de kans waar om het landschap open te houden, zodat er meer plekken komen waar de Big Horn Sheep kunnen grazen. Wij zagen die beesten trouwens langs de kant van de weg van struiken grazen.
Paint Pots
In Kootenay National Park (en overigens ook op andere plaatsen) zijn er plekken in moerassige gebieden, waar ijzerhoudend water opborrelt. Een vreemd gezicht: vaak ronde, roestbruine plekken tussen de groene vegetatie. Paint Pots, verfpotten, noemt men ze. De wandeling er naartoe, over de snelstromende Columbia River was prachtig. Ieder bos, ieder wetland is weer anders. Logisch ook, want we verplaatsen ons over grote afstanden. De kleiige grond werd door de aboriginals (de indianen) gebruikt om er kleikorrels van te bakken. Deze gebruikten ze vervolgens als kleurstof voor schilderingen op rotsen, kleding en hun huid. Zou daar ons woord "roodhuiden" vandaan komen? Stond niet op de borden met uitleg.
Op verschillende plaatsen kun je zien waar de gletsjers en de de rivieren de rotsen zo diep hebben ingesneden, dat er diepe canyons zijn ontstaan. Het is een machtig gezicht, zeker als je de "Interpretives" (informatieborden) daarbij leest. De Natural Bridge was een soort voorstadium van een canyon. Waar eerst een hoge waterval was geweest, had het water nu een weg gevonden onderlangs, zodat er een brug was ontstaan. Als je maar tijd van leven hebt, vormt zich ook hier een canyon. De wandelingen naar de bezienswaardigheden zijn op zich al schitterend, de een wat langer en steiler dan de ander. Steeds blijken ze de moeite meer dan waard. En met tuigje en brace houdt mijn rug het ook vol.
Banff
Een andere plaats op mijn "bucket list" was Banff. Toen ik zo'n twintig jaar geleden naar Twente treinde met Sabine Laar, kreeg zij twee keer een beurs om drie maanden naar The Banff Centre te gaan, waar (jonge) musici en andere kunstenaars van over de hele wereld les krijgen en elkaar inspireren. Zij vertelde daar altijd heel enthousiast over en omdat ik dat principe zo boeiend vind, wilde ik Banff zien. Nou, bij het centrum kon je eigenlijk niet goed komen en downtown Banff was net Valkenburg op een mooie zomeravond.... Goed dat we er geen extra tijd voor hadden uitgetrokken en er 's avonds vanaf de camping even naartoe reden.
Abonneren op:
Posts (Atom)